Radiotherapie bij borstkanker

Geconfronteerd worden met borstkanker brengt veel vragen en onzekerheden met zich mee. Via deze weg proberen we een zo goed mogelijk beeld te geven over de mogelijke bijwerkingen van de bestraling. We bespreken daarbij een aantal tips om deze bijwerkingen te voorkomen of draaglijker te maken. Radiotherapie werkt lokaal, dit wil zeggen dat de behandeling alleen effect heeft op de plaats waar u bestraald wordt. De bijwerkingen zijn doorgaans van tijdelijke aard. Aangezien de stralingsdosis ook na het einde van uw behandeling een tijdje verder blijft werken, is het mogelijk dat de bijwerkingen pas na een aantal weken tot maanden volledig verdwijnen. De bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon. Sommige patiënten hebben veel last, terwijl andere weinig of geen problemen ondervinden. Verder leggen we uit hoe borstbestraling gebeurt met ingehouden adem en bij wie deze techniek aangewezen is. 

Mogelijke bijwerkingen bij bestraling voor borstkanker
Bijwerkingen ter hoogte van de huid

 Naarmate de bestraling vordert, kunnen huidreacties heviger worden. Dit komt doordat de stralingsdosis zich steeds opstapelt.

 Huidreacties:

  • Verkleuring van de huid: de huid kan licht tot donkerrood worden. De huidskleur wordt geleidelijk aan terug normaal. Dit kan echter een aantal weken tot maanden duren.
  • De huid kan droger, gevoeliger of pijnlijk worden en soms afschilferen en jeuken.
  • Er kunnen kleine blaasjes ontstaan.
  • Soms ontstaan er open wondjes. Vaak komen deze voor ter hoogte van de huidplooien omdat de wrijving hier groter is.

 Indien nodig starten we met wondzorg. Door dagelijkse opvolging kunnen we u een optimale zorg aanbieden.

 Volgende adviezen mogen toegepast worden tijdens de duur van de bestraling en tot minstens twee weken nadien:

  • We raden u aan om 4x per dag Extra Calm® te gebruiken op de bestraalde huid. (Eventueel kan Flamigel® ook worden gebruikt.)
  • Probeer druk en wrijving ter hoogte van de bestraalde zone te vermijden. Draag geen vaste beha of beugelbeha. Een lichte sportbeha (topjes model) is wel toegestaan. We adviseren een beha van puur katoen of zijde. Heeft u dit niet, draag dan eerst een topje of hemdje in katoen en daarover uw beha. Nog beter is dat u uw beha niet draagt wanneer dit mogelijk is.
  • Vermijd knellende of schurende kledij.
  • U mag zich wassen met ”zeep zonder zeep” of zeep met een neutrale zuurtegraad (vb: glycerinezeep). Gewone zeep gaat de huid nog meer uitdrogen.
  • Een ligbad wordt afgeraden, gebruik bij voorkeur de douche. Het water is best op lichaamstemperatuur.
  • Gebruik bij het wassen de handen in plaats van een washandje. Gebruik bij het afdrogen een zachte handdoek en dep uw huid droog in plaats van te wrijven. Opgelet voor de huidplooien. Hou deze goed droog.
  • De oksel niet scheren, anders raakt de huid geïrriteerd en kan u wondjes veroorzaken.
  • Gebruik liefst geen deodorant. Indien u dit toch wenst kan u bij de apotheek vragen naar deo zonder alcohol en parfum. Vb. Dermolin® anti-transpiratie roller.
  • Geen blootstelling van de bestraalde huid aan extreme temperaturen: geen ijszakjes, geen warmtekruiken, geen sauna of solarium…
  • Geen blootstelling van de bestraalde huid aan direct zonlicht: zonnen of zonnebank is af te raden tot 1 jaar na de therapie. Anders kan het zijn dat er een verkleuring van de huid optreedt. Ook nadien wordt gebruik van zonnemelk met een hoge beschermingsfactor of totale ”sunblock” aangeraden.
  • Niet zwemmen in een zwembad met chloorhoudend water of zoutwater. Breng geen kleefpleisters aan in de bestraalde regio.
  • Als u pijn heeft meldt u dit best aan de radiotherapeut.

Opgelet!: Bij de verzorging van de huid is het heel belangrijk dat u ook rekening houdt met de LIJNTJES die op u werden aangeduid. Deze zijn van belang om u goed te positioneren tijdens de bestralingssessies en MOGEN zeker NIET VERWIJDERD WORDEN.

 Na de laatste bestraling werken de stralen nog een tweetal weken door. Het is belangrijk dat u uw huid op dezelfde manier verder verzorgt. Heeft u geen Extra Calm® of Flamigel® meer, mag u een andere hydraterende crème gebruiken vb. ”de blauwe pot” van Nivea®. U hoeft geen rekening meer te houden met de aangeduide lijntjes.

Vermoeidheid

Vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking die afhangt van verschillende factoren. Meestal neemt de vermoeidheid toe naarmate de behandeling vordert.

Vaak is vermoeidheid het gevolg van een samenloop van omstandigheden die enorm veel energie vragen van uw lichaam:

  • De combinatie van verschillende behandelingen.
  • Het fysische herstel van uw lichaam.
  • De emotionele en psychologische stress die gepaard gaat met het verwerken van uw ziekte.
  • Veranderingen in uw dagelijkse routine, het dagelijks naar uw bestralingsbehandeling komen.

 Probeer een goed evenwicht te vinden tussen rust en actieve momenten. Veel rusten kan soms een omgekeerd effect hebben waardoor u zich nog vermoeider gaat voelen. Zorg voor een goede nachtrust. Probeer de dagelijkse dingen, die u zelf nog kan, te doen en aarzel niet om hulp te vragen als het wat moeilijker gaat. Luister naar uw lichaam en las rustpauzes in wanneer u voelt dat het nodig is. Probeer te ontspannen, zorg voor een gezonde voeding en drink voldoende (1.5 tot 2 liter per dag).

Soms kan het zijn dat u het op emotioneel en relationeel vlak heel moeilijk heeft tijdens uw behandeling. Een gesprek met de psychologe kan u en/of uw familie op dit moment enorm veel steun en rust bieden. Indien u dit wenst kunnen wij voor u steeds een afspraak regelen.

Oedeem van de borst

Het is mogelijk dat de borst door een opstapeling van vocht wat gaat zwellen. Voelt uw borst warm en gespannen aan, is ze pijnlijk en heeft u verhoogde temperatuur, meld dit dan zeker aan de verpleegkundige of radiotherapeut. Verdere behandeling kan nodig zijn.

Lymfoedeem van de arm

Wanneer alle lymfeklieren uit de okselholte werden verwijderd of wanneer u op de oksel wordt bestraald, wordt de circulatie van het lymfevocht naar de bloedsomloop vertraagd. Hierdoor kan vocht zich opstapelen en verhoogt het risico op een dikke arm.

 Zorg ervoor dat uw arm niet overbelast wordt. Hef zeker geen zware lasten. Vermijd extreme temperaturen en draag geen spannende kledij. Vermijd het nemen van uw bloeddruk of het prikken van bloed aan deze arm. Indien u zich kwetst aan deze arm, was dan de wonde goed uit en ontsmet.

 Voelt uw arm warm en gespannen aan, is hij pijnlijk en hebt u verhoogde temperatuur verwittig dan de verpleegkundige of radiotherapeut.

Borstbestraling tijdens ingehouden adem ("Breath hold" techniek)
Waarom is bestraling tijdens ingehouden adem nodig?

De breath hold techniek wordt gebruikt bij bestraling van de linker borst of borstwand. Bij deze bestraling kan een klein stukje van het hart geraakt worden. U hoeft echter niet ongerust te zijn. Een bestraling met de huidige technieken is reeds veilig en de kans op neveneffecten ter hoogte van het hart is beperkt.

Om technische redenen kan het vermijden van bestraling ter hoogte van het hart vaak gemakkelijker gebeuren wanneer de bestraling gebeurt tijdens inademing. Door de inademing ontstaat er meer plaats tussen het hart en de borstwand, waardoor het hart niet of minder geraakt wordt.

Voor wie is de breath hold techniek geschikt?

Bij iedere persoon die een bestraling wegens een linkszijdig borstkanker nodig heeft, zullen 2 CT-scans genomen worden ter voorbereiding van de bestraling. De eerste CT-scan gebeurt tijdens vrije ademhaling. Bij de tweede CT-scan zal u gevraagd worden diep in te ademen en de adem te blokkeren. Deze 2 CT-scans volgen elkaar onmiddellijk op.

Nadien zal uw behandelende radiotherapeut de 2 CT-scans vergelijken en nakijken of het bij u zinvol is om de bestraling tijdens ingehouden adem uit te voeren. Het is namelijk mogelijk dat uw hart van nature ver genoeg van de borstwand is verwijderd tijdens vrije ademhaling. Dan is er geen winst te verwachten van deze techniek en kan u even veilig bestraald worden tijdens vrije ademhaling.

De ademhalingsinstructies voor de breath hold techniek

De techniek werd u aangeleerd op consultatie. Voor een vlot verloop van de bestraling is het van belang dat u de adem comfortabel gedurende 20 seconden kunt inhouden en dat u dit met een korte tussenperiode enkele keren achter elkaar kunt. Daarom raden we u aan de techniek dagelijks te oefenen, ongeveer 4 keer achter elkaar. Zorg hierbij dat het rustig is om u heen. Ga op uw rug liggen met uw handen boven uw hoofd. Zorg dat uw armen ondersteund zijn zodat u ontspannen ligt.

Begin bij het oefenen met uw adem gedurende 10 seconden in te houden. Als dat goed lukt, probeer dan 15 seconden, nadien 20 seconden. Pas als u dat comfortabel kan volhouden, kan u ook eens 25 seconden proberen. Wees niet ongerust als u niet de eerste dag 20 seconden haalt. Oefen de tijd die u wel comfortabel kan volhouden een paar keer en probeer de dag nadien opnieuw.

Indien het u niet lukt om u adem 20 seconden op te houden, dan is dat niet erg. De behandeling kan aangepast worden aan de tijd dat u uw adem wel kan ophouden.

Vindt u deze techniek te zwaar of vermoeiend, meldt dit dan bij uw volgende contact. De radiotherapeut en betrokken medewerkers zorgen ervoor dat u ook zonder deze techniek zo optimaal mogelijk bestraald wordt met zo weinig mogelijk hartbelasting.

© 2020. Mark De Ridder. Alle rechten voorbehouden. 

Dr Sermeus

Rassel 186, 1780 Wemmel                                          Tel. +32 473 51 08 80                                                      E-mail: sermeus.sandra@skynet.be 

Prof De Ridder

UZ Brussel, Laarbeeklaan 101, 1090 Jette                                   Tel. 02/477.61.47; E-mail: mark.deridder@uzbrussel.be

Kruipwilgendreef 9, 8670 Oostduinkerke.                                    Tel. 0478/12.79.06; E-mail: DH_Radiotherapie@me.com