Bijdragen

Reactie op open brief Barbara Ceuleers (waardig levenseinde voor mensen met dementie op jonge leeftijd)

LinkedIn (column), 24 april 2026

“Hij was doodsbang. Niet voor de dood, maar voor de wet. Hij stierf te vroeg om niet te laat te zijn.”

Het is een passage uit de open brief die Barbara Ceuleers vorige week publiceerde. De angst die ze omschrijft bij haar vader, raakt aan de kern van het debat over euthanasie bij dementie.

Vandaag voelen sommige mensen met dementie zich verplicht om vroeger afscheid te nemen van het leven dan ze eigenlijk willen, uit vrees dat het later niet meer kan.

Een wettelijk kader, gemaakt voor en door mensen, dat ertoe kan leiden dat iemand kiest voor euthanasie terwijl hij of zij eigenlijk nog bewust tijd met naasten en vrienden had willen doorbrengen.

Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Er is in mijn ogen maar één goede oplossing: we moeten de wet opentrekken.

Ik begrijp dat het debat moeilijk is voor sommigen omdat er verschillende waarden op het spel staan. Er is het recht op zelfbeschikking: de overtuiging dat iemand vandaag helder kan aangeven waar voor hem of haar de grens ligt in de toekomst. En er is de concrete beleving van de persoon met vergevorderde dementie: iemand die zijn dochter misschien niet meer herkent, maar wel nog geniet van muziek, nabijheid of dagelijkse rituelen.

Wat we nodig hebben, is een wettelijk kader dat meer ruimte laat voor die complexiteit. Een kader dat mensen beschermt die bewust een voorafgaande wilsverklaring willen opstellen, maar ook mensen die dat niet willen. En een kader dat zorgverleners beschermt wanneer zij met de grootst mogelijke zorgvuldigheid handelen.

Marc Cosyns, Jan Danckaert, Wim Distelmans, Luc Deliens, Jacqueline Herremans, Christophe Lemmens, Niels De Nutte, Adelheid Rigo, Frank Schweitser en Johan Stuy verwoordden het treffend: het morele dilemma mag niet vooraf wordt beslecht ten gunste van één opvatting over “het absoluut goede”.

Bedankt, Barbara Ceuleers, om dit debat een menselijk gezicht te geven. En om het hoog op de maatschappelijke en politieke agenda te zetten, waar het thuishoort.

• De volledige open brief van Barbara is hier te lezen: https://www.linkedin.com/posts/barbara-ceuleers_beste-minister-verlinden-dinsdagavond-zaten-share-7453111269269770241-YIzK/
• De volledige academische reflectie staat op de website van UZ Brussel: https://www.uzbrussel.be/w/in-het-debat-over-euthanasie-bij-dementie-zijn-morele-complexiteit-professionele-zorgvuldigheid-en-persoonlijke-autonomie-cruciaal


Reactie op open brief Lode Goderis (waardig levenseinde voor mensen met dementie op jonge leeftijd)

LinkedIn (column), 26 maart 2026

Dankjewel, Lode, om een moeilijk vraagstuk opnieuw op de maatschappelijke agenda te zetten.

Je beschreef het zeer treffend in je open brief (*): het was kiezen tussen te snel afscheid nemen, of het risico lopen om “te laat” te zijn en nog jarenlang weg te kwijnen terwijl jongdementie steeds verder om zich heen greep.

Die boodschap raakt.

Omdat ze persoonlijk is. Maar ook omdat ze een fundamentele vraag stelt waar de regelgeving vandaag geen antwoord op heeft: hoe geven we mensen met jongdementie de kans om op een waardige manier regie te houden over hun levenseinde?

Eenvoudige antwoorden zijn er niet op die vraag.

Dementie is geen eenduidig traject. De manier waarop mensen hun ziekte beleven, kan evolueren. Wat vandaag ondraaglijk is, kan morgen anders aanvoelen en omgekeerd. Dat maakt het moeilijk om beslissingen in de toekomst vast te leggen.

Maar die complexiteit is geen argument om het debat uit de weg te gaan. Integendeel, ze verplicht ons om het zo zorgvuldig mogelijk te voeren.

De discussie mag zich niet beperken tot “de mogelijkheid tot euthanasie bij (jong)dementie”.

Wat Lodes open brief in mijn ogen vooral duidelijk maakt, is dat mensen met dementie erkend willen worden in hun waardigheid, ook als hun autonomie onder druk komt te staan.

Dat gaat over veel meer dan het levenseinde.

Het gaat over hoe we als samenleving omgaan met kwetsbaarheid, met afhankelijkheid en met de vraag hoe mensen zoveel mogelijk regie kunnen behouden wanneer hun wereld kleiner wordt.

Sommige mensen willen niet verder aftakelen en op een bepaald moment kunnen kiezen voor euthanasie. Anderen willen zolang mogelijk bij hun naasten blijven. De waarheid is dat je onmogelijk kan voorspellen wat je zelf in zo’n situatie zou wensen.

De oplossing kan in elk geval niet zijn dat mensen zich gedwongen voelen om te vroeg voor euthanasie te kiezen, uit vrees dat het later niet meer mogelijk is. Als dat de realiteit wordt, faalt ons kader in zijn bedoeling.

Wat Lode in essentie vraagt, is tijd en ruimte. Tijd om te leven, maar ook om afscheid te nemen. En ruimte om dat te doen op een manier die juist voelt voor de patiënt en haar of zijn naasten.

We moeten de stem van de patiënt centraal stellen, ook wanneer die kwetsbaar wordt. Waardigheid zit niet in het moment waarop het leven eindigt, maar in de manier waarop we mensen blijven zien en behandelen, tot het einde.

(*) De volledige open brief van Lode Deconinck is hier te lezen: https://openbrief.wixsite.com/waardiglevenseinde


AI in het ziekenhuis is al lang geen hype meer, maar is een noodzaak

LinkedIn (column), 27 februari 2026

De inzet van artificiële intelligentie in de zorg roept vandaag veel vragen en onzekerheid op. Bij patiënten én bij zorgverleners. Die twijfels zijn begrijpelijk. Maar dat AI in het ziekenhuis al lang geen hype meer is maar een noodzaak, toont de reportage van “De Wereld van Sofie” in UZ Brussel:

Voor de volledige reportage verwijs ik graag naar VRT Max.

Het voorbeeld uit de reportage maakt veel duidelijk: radiologie.

AI is daar niets nieuws. Ze wordt al meer dan tien jaar ingezet. Van een hype kan je dus moeilijk nog spreken. Wanneer we AI implementeren hier in Jette, gebeurt dat ook niet zomaar. Elke toepassing wordt grondig geëvalueerd: doet AI het minstens even goed (en liefst beter) dan wanneer we het zelf doen? Pas als het antwoord ja is, gaat de deur open.

En gelukkig is dat vaak het geval. Zonder de hulp van AI zou de dienst radiologie vandaag simpelweg verzuipen.

In 2019 analyseerden we in UZ Brussel ongeveer 200 miljoen beelden per jaar. Als je al die beelden met het blote oog wil bekijken, heeft een team van 40 voltijdse radiologen gemiddeld een halve seconde per beeld. En vandaag gaat het al om meer dan 1 miljard beelden per jaar… Om maar te zeggen: de ondersteuning van AI is broodnodig.

AI helpt om beelden sneller te analyseren, prioriteiten te detecteren en afwijkingen te signaleren. Zorgverleners krijgen zo meer tijd voor het klinische werk, bijvoorbeeld om te beoordelen of letsels bij een patiënt al dan niet bestraald moeten worden.

Tegelijk moeten we vooruitkijken.

AI zal steeds meer taken kunnen ondersteunen, ongetwijfeld ook steeds vaker klinisch werk. Net daarom is het essentieel dat we zeer zorgvuldig blijven bepalen hoe we de technologie inzetten. Onze nauwe band met de Vrije Universiteit Brussel is daarbij een belangrijke troef. Dankzij de samenwerking tussen zorg, technologie en onderzoek kunnen we innovatie kritisch evalueren en verantwoord implementeren.

We moeten ook steeds het totaalplaatje van zorg voor ogen houden. Als universitair ziekenhuis staan we voor zorg die klinisch van topkwaliteit is. AI zal ons helpen om die kwaliteit verder te versterken. Het is aan ons om ook op menselijk vlak zorg van topkwaliteit blijven bieden.

Dankjewel aan prof. Thierry Gevaert, prof. Johnny Duerinck en prof. Johan De Mey om jullie ervaring te delen, en aan Margot Otten voor de reportage:


Interview naar aanleiding van één jaar CEO UZ Brussel

Randkrant, 01 maart 2026

Bron: https://www.randkrant.be/artikels/mark-de-ridder-wij-willen-iedereen-kunnen-behandelen

Kernboodschappen:

  1. Goede communicatie is essentieel voor veilige en kwaliteitsvolle zorg
    De Ridder benadrukt dat twee derde van de medische fouten verband houdt met communicatieproblemen. In een superdiverse stad als Brussel is duidelijke communicatie in de juiste taal cruciaal voor vertrouwen, veiligheid en kwaliteit van zorg.
  2. Zorg blijft mensenwerk, ook in een hightech ziekenhuis
    Hoewel UZ Brussel sterk inzet op innovatie en toptechnologie, blijft volgens hem de menselijke factor doorslaggevend. Investeren in dialoog, informatie en samenwerking is even belangrijk als investeren in nieuwe apparatuur.
  3. UZ Brussel combineert technologische innovatie met maatschappelijke toegankelijkheid
    Het ziekenhuis wil tegelijk wereldwijd toonaangevend zijn in onderzoek en radiotherapie én toegankelijk blijven voor een diverse bevolking, onder meer via interculturele bemiddelaars en tolken.
  4. De artsenquota zetten extra druk op de zorgsector
    De beperkte instroom in de artsenopleiding en de strikte quota zorgen voor specialisaties mee voor tekorten aan artsen, langere wachtlijsten en een grotere druk op ziekenhuizen en zorgverleners.
  5. De toekomst van de zorg vraagt samenwerking en hervormingen
    Thema’s zoals financiering, mobiliteit, agressie in de zorg, digitalisering en samenwerking tussen ziekenhuizen tonen dat gezondheidszorg niet alleen een medische, maar ook een maatschappelijke en politieke uitdaging is.

Moeten we de verplichte anonimiteit van zaad- en eiceldonoren afschaffen?

LinkedIn (column), 27 februari 2026

Moeten we de verplichte anonimiteit van zaad- en eiceldonoren afschaffen? Voor veel mensen voelt het antwoord vandaag evident, zeker na de recente incidenten die de media haalden.

Het recht van een donorkind om te weten waar het vandaan komt, daar kan toch geen discussie over zijn? Net op zo’n moment is het belangrijk om uit te zoomen. Er bestaan wel degelijk ook argumenten vóór de anonimiteit van donoren.

In België geldt vandaag een systeem waarin anonimiteit bij donatie het uitgangspunt is, op duidelijk omschreven uitzonderingen na. Tegelijk is er beweging. In 2024 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat een regeling die donorkinderen categorisch uitsluit van informatie over hun afstamming niet houdbaar is. Uiterlijk tegen 30 juni 2027 moet een nieuw kader klaar zijn.

In tijden van genetische databanken wordt strikte anonimiteit steeds relatiever. Waarom dan nog “tijd verliezen” aan verder debat als de richting toch vastligt, zou je kunnen denken.

Omdat het over veel meer gaat dan het recht op privacy versus het recht op informatie. Het gaat ook over afspraken die we als maatschappij hebben gemaakt met wensouders, donoren en zorgverleners. En over het vertrouwen in een systeem dat we kraken of maken door hoe we nu met die afspraken omgaan. Gehaast beslissen omdat “alles toch duidelijk lijkt”, is de snelste manier om dat vertrouwen te ondergraven en straks in een nieuwe discussie te belanden.

Wat is dan de boodschap?

Laat ons vooral niet terugplooien op slogans die een eenvoudige waarheid beloven. Laat ons het kind, de wensouders en donor niet herleiden tot standpunten die vroeg of laat tegenover elkaar komen te staan. Laat ons het huidige wettelijke kader niet herinterpreteren vanuit actuele verontwaardiging.

Laat ons wel de tijd nemen voor een open debat met eenieder en samen bouwen aan een kader dat menselijk, werkbaar en toekomstgericht is.

N.a.v. nieuw voorstel van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Meer details: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/02/27/anonimiteit-donoren-afgeschaft/ (artikel verschenen 27 feb 2026)


AI in de zorg is geen hype, maar wel een noodzaak

De Wereld Vandaag, Radio 1, 18 november 2025

De inzet van artificiële intelligentie in de zorg roept vandaag veel vragen en onzekerheid op. Bij patiënten én bij zorgverleners. Die twijfels zijn begrijpelijk. Maar dat AI in het ziekenhuis al lang geen hype meer is maar een noodzaak, toont onderstaande reportage van De Wereld van Sofie (Lemaire) in UZ Brussel.

Het voorbeeld uit de reportage maakt veel duidelijk: radiologie.

AI is daar niets nieuws. Ze wordt al meer dan tien jaar ingezet. Van een hype kan je dus moeilijk nog spreken. Wanneer we AI implementeren in Jette, gebeurt dat ook niet zomaar. Elke toepassing wordt grondig geëvalueerd: doet AI het minstens even goed (en liefst beter) dan wanneer we het zelf doen? Pas als het antwoord ja is, gaat de deur open.

En gelukkig is dat vaak het geval. Zonder de hulp van AI zou de dienst radiologie vandaag simpelweg verzuipen.

Ter illustratie: in 2019 analyseerden we in UZ Brussel ongeveer 200 miljoen beelden per jaar. Als je al die beelden met het blote oog wil bekijken, heeft een team van 40 voltijdse radiologen gemiddeld een halve seconde per beeld. En vandaag gaat het al om meer dan 1 miljard beelden per jaar… Om maar te zeggen: de ondersteuning van AI is broodnodig.

AI helpt om beelden sneller te analyseren, prioriteiten te detecteren en afwijkingen te signaleren. Zorgverleners krijgen zo meer tijd voor het klinische werk, bijvoorbeeld om te beoordelen of letsels bij een patiënt al dan niet bestraald moeten worden.

Tegelijk moeten we vooruitkijken.

AI zal steeds meer taken kunnen ondersteunen, ongetwijfeld ook steeds vaker klinisch werk. Net daarom is het essentieel dat we zeer zorgvuldig blijven bepalen hoe we de technologie inzetten. Onze nauwe band met de Vrije Universiteit Brussel is daarbij een belangrijke troef. Dankzij de samenwerking tussen zorg, technologie en onderzoek kunnen we innovatie kritisch evalueren en verantwoord implementeren.

We moeten ook steeds het totaalplaatje van zorg voor ogen houden. Als universitair ziekenhuis staan we voor zorg die klinisch van topkwaliteit is. AI zal ons helpen om die kwaliteit verder te versterken. Het is aan ons om ook op menselijk vlak zorg van topkwaliteit blijven bieden.

Een welgemeende dankjewel aan prof. Thierry Gevaert, prof. Johnny Duerinck en prof. Johan De Mey om jullie ervaring te delen in onderstaande reportage:


Pionierswerk palliatieve zorg aan VUB en UZ Brussel binnen Expertisenetwerk Palliatieve Zorg

EPZ-dag, Brussels Health Campus, 18 november 2025

Collega’s uit zorg, onderwijs en onderzoek, partners uit het netwerk, studenten die hier vandaag aanwezig waren: jullie dragen verschillende petjes, dat is duidelijk.
En toch delen jullie hetzelfde doel: de best mogelijke levenskwaliteit bieden aan mensen die niet meer kunnen genezen, via passende zorg en ondersteuning.
Ook dat is duidelijk.

Palliatieve zorg heeft al een lange weg afgelegd, zowel in eigen land als internationaal. Het begon ooit als loutere stervensbegeleiding in de marge. Iets dat zogezegd niet tot “de echte zorg” behoorde en dus onze volle aandacht niet verdiende. Die tijd ligt gelukkig achter ons. Vandaag is palliatieve zorg uitgegroeid tot een volwaardig onderdeel van kwaliteitsvolle zorg, met een duidelijke focus op levenskwaliteit tot het einde toe. Ik durf zelfs meer te zeggen: dat er in de klassieke, curatieve zorg vandaag meer aandacht is voor levenskwaliteit naast klinische outcomes, is voor een stukje te danken aan het werk dat al decennialang binnen palliatieve zorg wordt verricht.

In België waren de VUB en het UZ Brussel echte pioniers.
Al sinds 1991 werd palliatieve zorg hier volwaardig geïntegreerd in de ziekenhuiswerking én verankerd in onderwijs en onderzoek. Ook het expertisecentrum Waardig Levenseinde W.E.M.M.E.L., opgericht door Prof. Distelmans in 2012, heeft daarbij een cruciale rol gespeeld.
Niet alleen door de medische praktijk te verbeteren, maar ook door ethische vraagstukken rondom het levenseinde bespreekbaar te maken en het geheel te onderbouwen met wetenschappelijke inzichten. Ook de Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde aan de VUB heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Dat alles heeft er mee voor gezorgd dat we vandaag staan waar we staan.

Ik haalde het daarnet al aan: wie vandaag palliatieve zorg zegt, zegt kwaliteit van leven, tot het einde toe.
Palliatieve zorg is al lang geen synoniem meer van terminale zorg.
Ze is verweven met alle fases van het zorgtraject van mensen met een ernstige ziekte – jong en oud – en niet te vergeten: van de mensen in hun omgeving.
De focus ligt op kwaliteit van leven, autonomie en ondersteuning.

Dat klinkt duidelijk, maar vraagt ook nuance.
Neem nu autonomie. We noemen het vaak in één adem met levenskwaliteit, maar autonomie betekent niet voor iedereen hetzelfde.
● Voor de ene patiënt is het essentieel om zelf keuzes te blijven maken.
● Voor de ander is het belangrijker om zorg en beslissingen te kunnen toevertrouwen aan anderen.
Het gaat met andere woorden altijd om maatwerk. Als zorgteam moet je niet zelf invullen wat kwaliteit van leven betekent. Je moet luisteren. Want de patiënt is de expert. Net daarom is interdisciplinaire samenwerking zo belangrijk: tussen experts in oncologie, pediatrie, geriatrie, kinesitherapie, psychologie, eerstelijnszorg, welzijnszorg, noem maar op.
Die samenwerking dwingt je om een brede blik te houden. En dat is precies wat mensen in een kwetsbare fase van hun leven nodig hebben.
Geen zorg die vertrekt van het organogram van een ziekenhuis of van ons zorgsysteem. Wel zorg die rond de patiënt zelf gebouwd wordt.

Het Expertisenetwerk Palliatieve Zorg is exact rond die principes opgebouwd. Het brengt mensen samen die vanuit kliniek, onderwijs en onderzoek aan één missie werken: zorg die menselijkheid en wetenschap combineert. De kracht van die kruisbestuiving is enorm. Ze draagt bij tot betere zorg. Maar persoonlijk vind ik dat ze ook de weg ernaartoe verrijkt. Samenwerken met mensen met een andere achtergrond aan hetzelfde doel: dat geeft energie.

Als ik de voorbeelden bekijk die straks nog aan bod komen, voel ik het meteen kriebelen. Voor ik de micro doorgeef, wil ik graag iedereen bedanken die deze Netwerkdag mogelijk heeft gemaakt: de organisatoren, de sprekers, de medewerkers en alle andere aanwezigen in de zaal.

Palliatieve zorg is een thema dat me nauw aan het hart ligt.
Tot voor kort was ik verantwoordelijk voor palliatieve zorg in UZ Brussel en in CHU Brugmann. En tot op vandaag zet ik me nog steeds actief in als LEIF-arts. Ik ben dan ook trots dat UZ Brussel, samen met de VUB en de Erasmushogeschool Brussel, gastheer mag zijn van deze dag. Een dag die ons werk verbindt met wie we zijn als mens.


Zorgverleners vragen geen applaus, wel respect

Spoedgevallendienst, UZ Brussel, 26 juni 2025

Vanochtend vond in ons ziekenhuis een persconferentie plaats over agressie tegen zorgverleners, georganiseerd door Vias institute en in aanwezigheid van federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke.
Een reactie op de gebeurtenissen van vorige week, zou je denken, maar de conferentie was al lang gepland. Dat er zich intussen nieuwe feiten van agressie voordeden, onderstreept pijnlijk hoe actueel dit thema blijft.

Golven van verontwaardiging

Wat vorige week gebeurde in het Sint-Pietersziekenhuis, lokte grote publieke verontwaardiging uit. Maar hoe oprecht verontwaardiging ook is, na een tijdje ebt ze weg. Zonder actie verandert er niets en is het helaas wachten op het volgende incident…
Terwijl media stilaan weer focussen op andere onderwerpen, blijven medewerkers in de zorg achter met angst, frustratie en een gevoel van onrecht – in het Sint-Pietersziekenhuis, maar evengoed in andere instellingen.

Onder de huid

Ook bij ons op de vloer zie en voel ik hoe dit soort gebeurtenissen onder de huid van mensen kruipen. Een collega spoedverpleegkundige verwoordde dat recent nog zeer treffend in een open brief op Facebook gericht aan de politiek, recht uit het hart.
Ik vind het mijn plicht als gedelegeerd bestuurder om die boodschap te versterken. De verontwaardiging mag niet opnieuw wegebben zonder gevolg.
Wat kunnen en moeten we dan doen?
Als kind van een huis dat staat voor tolerantie, inclusiviteit en openheid wil ik me hoeden voor snelle conclusies en veralgemeningen. Eenvoudige verklaringen en vlotte slogans scoren goed, maar helpen ons in dit geval niet vooruit. Integendeel.
Het gaat om een complex probleem waar veel factoren een rol in spelen. Daarom moeten we tegelijk op meerdere fronten werken en de handen in elkaar slaan: de zorgsector zelf, beleidsmakers, bedrijven, media, én uiteraard ook de patiënten en burgers.

Menselijk gezicht

Om te beginnen zou agressie tegen zorgverleners er nooit mogen zijn. Preventie moet dus centraal staan in elk actieplan – voorkomen is altijd beter dan genezen.
Waar kunnen preventieve acties op focussen? Bijvoorbeeld op het belang van respectvolle omgang met zorg- en hulpverleners. Elk jaar voeren we campagnes over medische thema’s: correct antibioticagebruik, het belang van vaccinatie, enzovoort. Maar moeten we het ook niet hebben over de mens achter de zorg? Als die verdwijnt, is van zorg geen sprake meer…
Campagnes zijn trouwens niet enkel een taak van de overheid. De zorgsector en bedrijven moeten mee op de kar springen. En als individu maak je elke dag het verschil met je houding en gedrag.
En de media? Die hebben een sleutelrol.
Opvallende feiten, negatief of positief, halen het nieuws. De steekpartij in het Sint-Pietersziekenhuis is daar een voorbeeld van. Net als het avondlijke applaus voor zorgverleners tijdens de coronapandemie.
Er is ook ruimte nodig voor minder spectaculaire verhalen: over respectvolle interacties tussen patiënt en zorgverlener, democratie, inclusie… Ze hebben misschien minder “nieuwswaarde”, maatschappelijke waarde hebben ze te over.

Cultuur van openheid

Zal preventie alles oplossen? Helaas niet, hoeveel middelen we ook inzetten.
Er is ook een nultolerantiebeleid nodig voor plegers van agressie, dat steunt op snelle, kordate en correcte sancties.
Er is ook gerichte ondersteuning nodig voor medewerkers in de zorg. Inhoudelijk, via opleidingen, richtlijnen en peer-to-peer training. Fysiek, met veiligheidspersoneel en technologische tools. En mentaal, via een cultuur van openheid waarin twijfels en angsten bespreekbaar zijn.
Wie toch slachtoffer wordt van agressie, mag zich ook nooit zorgen hoeven te maken over de kosten van herstel: rechtsbijstand en psychologische begeleiding moeten gratis zijn.

Doortastende aanpak

Bovenal is er een mentaliteitswijziging nodig. Agressie verdient meer dan tijdelijke verontwaardiging. Dit probleem vraagt een doortastende aanpak, met meer onderzoek zoals dat van het Vias institute, structureel en grootschalig. Alleen zo kunnen we het probleem echt begrijpen en gericht bestrijden.
Moet de aanpak van agressie in Brussel bijvoorbeeld verschillen van die in de Ardennen of aan de kust? Dat lijkt logisch, maar we hebben inzichten nodig gebaseerd op data, niet op intuïtie. Hoe beter we begrijpen wat er gebeurt, hoe gerichter we kunnen handelen. Data saves lives.
Het is een stevige lijst van acties en ambities. Sommige zijn haalbaar op korte termijn, andere zullen meer tijd en inspanning vragen. Maar wat telt, is dat we eraan beginnen. Zodat zorgverleners niet wéér alleen achterblijven als de verontwaardiging is gaan liggen.

minister Vandenbroucke met een van onze zorgverleners poserend met de poster voor deze campagne "wij vechten voor u, niet tegen u"